Hoe kom je van faalangst af

door Rianne van Voorst en Alex Engel

Heb je weleens een van de volgende gedachten?
Ik weet niet hoe ik dat gesprek aan moet gaan….
Ik ga dat nieuwe project niet dragen. Ik begin er niet aan…
Ik doe liever dat waarvan ik weet dat ik het kan.
Dat lukt me nooit…
Het heeft toch geen zin voor mij om op die functie te solliciteren…
Ik wil wat zeggen, maar ik durf mijn hand niet op te steken: wat als ik een blackout krijg?
Straks blokkeer ik helemaal…

Dan kan het zijn dat je last hebt van faalangst – een veelvoorkomende angst, die je flink kan belemmeren op je werk en in andere aspecten van je leven. Als je graag wilt groeien in wat je doet en succesvol wilt zijn, zal je angsten en twijfels moeten trotseren. Maar hoe doe je dat, als alleen al het denken aan die uitdaging, je doet verstijven, slecht doet slapen of buikpijn bezorgt? Het ironische is dat wanneer je bang bent om te falen, de kans dát je faalt steeds groter wordt, omdat je jezelf niet ontwikkelt.

Faalangst – wat is het eigenlijk?

Faalangst is het gevolg van een bepaalde set overtuigingen. Volgens de Amerikaanse psychologe Carol Dweck aangeduid met een ‘fixed’ of ‘growth’ mindset.

Fixed Mindset
Mensen met een ‘fixed’ ofwel statische mindset denken dat vaardigheden aangeboren zijn, waardoor ze snel een gebrek aan zelfvertrouwen hebben. Hierdoor zien ze ‘ergens moeite voor moeten doen’ als een teken dat je het niet goed genoeg kunt. Zij geven hierdoor snel op bij tegenslag, gaan kritiek uit de weg, omdat het pijn doet, en zien uitdagingen als bedreigend.

Growth mindset
Mensen met een ‘growth’ ofwel groei mindset denken dat vaardigheden aangeleerd zijn en dus verder kan ontwikkelen. Ze zien tegenslag als iets wat bij het leven hoort, zien inspanning en feedback als een middel om beter te worden en vinden uitdagingen inspirerend.

Als je ervan overtuigd bent dat vaardigheden aangeboren zijn, is elke prestatie die je moet leveren een test om jezelf (weer) te moeten bewijzen.
Als je daarentegen gelooft dat je alles kunt leren, is elke prestatie een oefening en van oefeningen die je verkeerd doet kun je een hoop opsteken, waardoor je steeds beter wordt.
Bij faalangst durf je dus amper of geen actie te ondernemen, omdat je, vaak onbewust, van tevoren al vermoedt dat je tóch niet zult slagen. Je durft bijvoorbeeld geen ‘ja’ te zeggen tegen de verantwoordelijkheid om een project op je werk te gaan leiden, omdat je vreest dat je daarvoor niet slim of capabel genoeg bent. Of je durft geen presentatie te geven, omdat je bang bent dat je je tekst vergeet en er een potje van maakt – ten overstaan van al die anderen! Maar door dat soort risico’s niet te nemen, stagneer je in je groei, en beperk je jezelf in je prestaties.

Een angst om te falen wordt eigenlijk nooit veroorzaakt door een fysiek gevaar, maar door een gevoelde dreiging die zich afspeelt in je geest. Je bent bang dat iets niet gaat lukken en daarom geef je bij voorbaat al op. Je onderzoekt dus niet in de praktijk of je vrees wel klopt, maar handelt op basis van een aanname. Je laat los, in plaats van door te zetten. Zo maak je van je eigen angst, waarheid.
Denk maar eens aan een leidinggevende, die steeds zo lang twijfelt over beslissingen op de werkvloer, dat collega’s beginnen te twijfelen aan haar leiderschapscapaciteiten; of aan mensen die dromen over een carriereswitch maar hem niet durven te maken.

Faalangst kan ook ontstaan doordat je niet goed weet wat je sterke punten zijn, of doordat je aandacht te veel op de toekomst richt, naar dat wat je nog niet kent of niet weet hoe een bepaalde actie uit gaan pakken.

Hoe kom je van faalangst af?

Een statische mindset omvormen tot een groei mindset is een kwestie van tijd. Het gaat erom dat je ‘uitdagingen aangaan’ gaat leren zien als ‘oefenen’ en leert zien dat ‘fouten’ niets anders zijn dan lessen. En uiteraard gaat dit proces sneller als je je laat begeleiden door een coach.

Hieronder zijn zeven tips die je zelf kunt gaan oppakken.

  1. Breng je kwaliteiten in beeld en waardeer wat je wel kunt.
    Kijk waar je goed in bent door het bijvoorbeeld aan anderen te vragen of door één of meer van de vele vaardigheden tests te doen. De door Coaching Nederland ontwikkelde GedragsFlexibiliteitSchaal (GFS) is een instrument om te meten in welke van de acht groepen ‘kerncompetenties’ je meer of minder scoort, zodat je leert zien op welke gebieden je kwaliteiten liggen. Iedereen heeft kwaliteiten! Niet dezelfde en niet evenveel, maar iedereen heeft unieke kwaliteiten en is daardoor uniek. Zorg dat je daarin groeit.Een mooie manier om naar je kwaliteiten te kijken is middels de schaal vraag. Geef jezelf een cijfer op een schaal van 1-10. Zeg bijvoorbeeld ‘6’. Schijf dan minimaal zes punten op die gemaakt hebben waardoor je bent wie of je bent. Bijvoorbeeld:
    1. “Ik ben geboren”.
    2. “Ik heb op school leren rekenen, lezen, creëren, vrienden maken, etc.”
    3. Door mijn opvoeding heb ik geleerd om te gaan met mensen.
    4. Ik heb in mijn vorige banen geleerd om …… (vul maar in).
    5. etc.
    6. etc.Kijk vervolgens wat is nodig is om van 6 naar 7 te komen en begin daar.
  2.  Ga kleine uitdagingen aan (van 6 naar 7 en niet meteen naar een 10).
    Bijvoorbeeld: Heb je moeite om mensen in de ogen te kijken? Begin dan bij kinderen en familieleden. Op het moment dat je dat blijkt te ‘overleven’ kun je het bij minder bekende mensen gaan uitproberen en zo steeds verder groeien.
    Heb je moeite om in groepen te spreken? Gebruik dan dezelfde methodiek. Begin bij kleine groepen bekenden (of spreek een groep kinderen aan). Zoek vervolgens steeds een iets minder vertrouwde groep en ontdek elke keer achteraf dat je ook buiten je comfortzone overleeft.
  3. Vraag om feedback (en luister!).
    De angst om kritiek te krijgen maakt dat je nooit vraagt wat een ander ervan vind. Dat vul je via je eigen denken in en dat valt meestal negatiever uit. Vraag er gewoon om en stel vervolgens je denken bij. Als je om feedback vraagt. Houd vervolgens je mond of stop met nadenken, maar luister wat er werkelijk wordt gezegd en doe dáár je voordeel mee. Kon het beter? Dan weet je hoe je het de volgende keer niet meer moet doen. Kreeg je een compliment, dan versterkt dat je zelfvertrouwen. Kortom: je groeit er ALTIJD van.
  4. Bereid je voor.
    Geluk ontstaan als kansen en voorbereiding elkaar kruisen. Ga je bijvoorbeeld solliciteren? Bereid je voor. Door beter voorbereid te zijn leer je, zelfs als je wat je geleerd hebt kort daarna nog niet nodig hebt. Ten tweede kom je veel beter beslagen ten ijs. Een goede voorbereiding is 80% van het werk. Wanneer je je ergens goed op voorbereid, verklein je de kans dat er dingen verkeerd zullen gaan. Je zelfvertrouwen groeit wanneer je grip op de situatie hebt. Bereid je dus goed voor en merk hoe je je faalangst om kunt zetten in zelfvertrouwen.
  5. Begin vandaag
    Maak een lijst met dingen waar je tegenop ziet en begin vandaag in ieder geval met één ding aan te pakken. STOP in ieder geval met uitstellen. De berg werk of uitdagingen verlammen je. Begin ook hier weer met de simpele dingen (huis opruimen bijvoorbeeld of dat boek uitlezen, die mail beantwoorden, etc.) en werk je lijst je één voor één af. Je gaat er steeds meer van glimlachen.
  6. Vier je overwinningen.
    Elk resultaat is een overwinning. Vier die! En gewoon even tijd voor jezelf nemen is ook een vorm van vieren of jezelf op iets lekkers trakteren. Mensen die obesitas hebben trakteren zichzelf vaak als ze NIET gepresteerd hebben, met alle gevolgen van dien. Dat is dus de wereld op zijn kop. Niet doen. Trakteer alleen als je het verdient hebt en ELK resultaat is een resultaat, dus mag gevierd worden.
  7. Lach om jezelf.
    Je kunt beter om jezelf lachen dan dat andere dat doen. Dat voelt namelijk niet zo fijn. Maar mensen die om zichzelf kunnen lachen accepteren hun tekortkomingen, want ja, die heb jij ook en die heeft iedereen. Het zijn alleen meestal diegene die er zelf om kunnen lachen, aan wie fouten worden vergeven. Als ik zeg dat ik nou eenmaal een rommelkont ben, zullen mensen mij niet zo gauw vertellen dat ik een rommelkont bent, want dat weet ik al. En, als iemand het alsnog zegt, zeg je: “Ja dat zei ik toch” of “leer me wat ik nog niet weet.

Met welke coach of met welke techniek je ook aan de slag gaat: gun het jezelf om iets aan je faalangst te doen. Want als jij de angst niet leert beheersen, beheerst hij jou – en dan blijf je vastzitten in een rol, functie of leven, waar je eigenlijk niet helemaal tot je recht komt.